In dit document is een aantal eindejaarstips opgenomen die wellicht het overwegen waard zijn. De onderdelen zijn zoveel mogelijk gerubriceerd.
Inkomstenbelasting
Verplichtingen periodieke giften en alimentatie uit het box 3-vermogen
U kunt onder voorwaarden periodieke giften en alimentatie als persoonsgebonden aftrek in mindering
brengen op uw belastbaar inkomen. De Hoge Raad besliste op 27 februari 2009 dat het mogelijk is om de
verplichting tot het doen van periodieke giften, ook in mindering te brengen als schuld op het inkomen in
box 3. Met ingang van 30 december 2009 mogen verplichtingen met betrekking tot periodieke giften en
alimentatie niet meer opgenomen worden als schulden in box 3. Het ontstane lek wordt dus gerepareerd.
Het vermogen in box 3 in uw aangifte inkomstenbelasting 2009 bestaat uit het gemiddelde saldo op 1
januari 2009 en 30 december 2009. U kunt de schuld op 1 januari 2009 dus nog wel opnemen in uw
aangifte inkomstenbelasting 2009.
Dien (tijdig) een T-biljet in
Bij vakantiewerk, bijbaantjes of fulltime werk dat niet het hele jaar heeft geduurd of indien er sprake is van
aftrekposten (bijvoorbeeld: studiekosten), wordt/is er vaak teveel loonbelasting/premies volksverzekering
ingehouden. Het teveel ingehouden bedrag aan loonbelasting kan via een T-biljet teruggevraagd worden.
Deze aangiftebiljetten moeten binnen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de teruggave
betrekking heeft, worden ingediend. De teruggave moet minimaal € 13 bedragen. Tot en met 31
december 2009 heeft u nog de tijd om de T-biljetten over 2004 en latere jaren in te dienen. Reken eerst
uit of wel daadwerkelijk een teruggave is te verwachten om te voorkomen dat u abusievelijk moet
bijbetalen.
Maak gebruik van willekeurige afschrijvingen
Een startende ondernemer kan over zijn investeringen tot een maximum van € 300.000 willekeurig
afschrijven. Als hij dat wenst, kan hij in één keer tot op de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan
in één keer tot op de “bodemwaarde” worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in
eigen gebruik bedraagt 50% van de WOZ-waarde. Als door de willekeurige afschrijving een verlies
ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 1 in de vorige drie jaren. Door de
willekeurige afschrijving te optimaliseren kan bovendien recht ontstaan op een middelingsteruggave.
Stel winst uit tot 2010
Voor de IB-ondernemer kan het aantrekkelijk zijn om winst uit te stellen naar 2010. De mkbwinstvrijstelling
wordt in 2010 namelijk verhoogd van 10,5% naar 12%. Een hogere winst in 2010 behaalt
u door bijvoorbeeld kosten naar voren te halen, door het vormen van voorzieningen of door versneld af te
schrijven over investeringen die u doet in 2009. Parttime en hybride ondernemers voldoen vaak niet aan
het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek (> 1.225 uren) zodat zij vaak geen gebruik kunnen maken
van de mkb-winstvrijstelling. Met ingang van 2010 hebben ook deze ondernemers recht op de mkbwinstvrijstelling omdat het urencriterium vanaf dat jaar niet meer geldt voor de mkb-winstvrijstelling.
Versnelde afschrijvingen in 2009 en 2010
Per 1 januari 2009 is een tijdelijke crisismaatregel ingevoerd voor investeringen die zijn gedaan in 2009 in
2010. Deze investeringen kunnen in twee jaar worden afgeschreven, te weten 50% in 2009 en 50% in
2010. De investeringen in 2010 kunnen voor 50% worden afgeschreven in 2010 en 50% in 2011.
Zakelijke beloning voor meewerkende partner
Als uw partner meewerkt in uw onderneming is het mogelijk een reële arbeidsbeloning aan uw partner te
betalen die u ten laste kunt brengen van de winst. Bij uw partner is de vergoeding belast. Als u in het
52%-tarief valt voor de inkomstenbelasting kan een flink inkomstenbelastingvoordeel worden behaald als
uw partner minder dan 52% betaalt over de vergoeding. Om de regeling te kunnen toepassen moet het
bedrag van de beloning minimaal € 5.000 bedragen en u moet het bedrag periodiek aan uw partner
betalen. Wilt u liever niet een vergoeding betalen, dan kunt u de meewerkaftrek claimen voor de arbeid
van uw partner. Deze aftrek bedraagt minimaal 1,25% en maximaal 4% van de winst. De aftrek kan
worden toegepast als de partner minimaal 525 uren in uw onderneming werkt zonder daarvoor een
vergoeding te ontvangen. Daarnaast moet u zelf recht hebben op de zelfstandigenaftrek. Uw partner
wordt in dit geval niet belast voor de aftrek.
Middelingsverzoek
Als uw belastbare inkomens in box 1 over drie opeenvolgende jaren sterk zijn gewisseld, is het mogelijk
dat u in aanmerking komt voor een middelingsteruggave. U kunt een verzoek indienen als alle drie de
aanslagen over de jaren die in het middelingsverzoek zijn begrepen, definitief door de Belastingdienst zijn
vastgesteld. Het middelingsverzoek moet binnen drie jaar worden ingediend nadat alle drie de aanslagen
definitief zijn opgelegd. Daarnaast geldt de voorwaarde dat de teruggave meer bedraagt dan € 545. Let
op over welke jaren u het verzoek indient want elk te middelen jaar mag slechts één keer in een
middelingsverzoek worden meegenomen. Soms is het voordeliger om het middelingsverzoek uit te stellen
en te wachten op een definitieve aanslag van een later jaar.
Vorm en benut een herinvesteringsreserve
Als u een boekwinst behaalt met de verkoop van een bedrijfsmiddel kan belastingheffing over die
boekwinst uitgesteld worden door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet
dan wel op de balansdatum een voornemen tot herinvesteren hebben. U moet tot herinvesteren zijn
overgegaan binnen drie jaar na het reserveren. Een herinvesteringsreserve die gevormd is in 2006, moet
dus uiterlijk in 2009 benut zijn. Gebeurt dit niet, dan valt de herinvesteringsreserve vrij ten gunste van de
winst. Controleer of u voor 31 december 2009 nog moet investeren om belastingheffing over de in 2006
gevormde herinvesteringsreserve(s) te voorkomen. Als sprake is van bijzondere omstandigheden kan de
herinvesteringstermijn in bepaalde gevallen worden verlengd.
Investeringsaftrek
Investeringen in bedrijfsmiddelen vanaf € 450 per bedrijfsmiddel, met een totaal investeringsbedrag van
minimaal € 2.200, kunnen in aanmerking komen voor de investeringsaftrek. In 2010 wordt het bedrag
waarover investeringsaftrek is te claimen, fors verhoogd. De investeringsaftrek vervalt in 2009 bij €
236.000, maar in 2010 vervalt de aftrek pas bij een investeringsbedrag boven € 300.000. Daarnaast wordt
het percentage in 2010 verhoogd van 25 naar 28. Het kan dus voordelig zijn om investeringen door te
schuiven naar 2010. Met ingang van 2010 is de investeringsaftrek ook van toepassing op zeer zuinige
personenauto’s en elektrische auto’s. Van een zeer zuinige auto is sprake als de CO2-uitstoot maximaal
95 gram/km bedraagt voor een dieselauto en maximaal 110 gram/km voor een benzineauto.
Los een (kleine) hypotheek af
Het aflossen van een kleine hypotheek die nog rust op uw eigen woning kan lucratief zijn. Voor een
woning geldt het eigenwoningforfait. Deze bijtelling op uw inkomen, verlaagt de aftrek van de
hypotheekrente. Als er geen of slechts een kleine hypotheek op uw eigen woning rust, hoeft het
eigenwoningforfait, of een deel daarvan, niet bij uw inkomen geteld te worden. Een bijkomend voordeel is
dat het inkomen in box 3 verlaagd wordt omdat uw liquide middelen door de aflossing zullen afnemen.
Door de aflossing bespaart u daardoor bovendien nog eens 1,2% belasting in box 3.
Renteaftrek na tijdelijke verhuur eigen woning
Als u een nieuwe eigen woning heeft gekocht maar de oude woning heeft u nog niet verkocht dan mag u
twee jaar lang na het jaar dat u de oude woning heeft verlaten, de rente van de oude woning gedurende
de leegstand nog in mindering brengen op uw inkomen in box 1. Door de crisis zijn veel huiseigenaren
hun oude eigen woning gaan verhuren gedurende de periode dat deze nog niet verkocht is. Als u de
woning gaat verhuren, gaat de woning over naar box 3 en mag u de hypotheekrente niet meer ten laste
van uw inkomen in box 1 brengen. Als uw woning dus tijdelijk wordt verhuurd, herleeft de renteaftrek
daarna niet meer. Gezien de slechte huizenmarkt is een tijdelijke versoepeling geïntroduceerd. De
hypotheekrente herleeft namelijk weer na de tijdelijke verhuur, tot het verstrijken van de 2-jaarstermijn
plus het gedeelte van het jaar waarin de woning is verlaten. De regeling geldt voor de duur van twee jaar,
zodat op 1 januari 2012 de normale regeling weer geldt. Door deze nieuwe regeling wordt het
aantrekkelijker uw oude woning, in afwachting van verkoop, te verhuren. U kunt ook gebruik maken van
de regeling als de woning al in 2009 was verhuurd. Daarvoor geldt wel een aantal voorwaarden.
Ook aftrek hypotheekkosten voor doorstromers
Als een eigen woning wordt gekocht, mogen starters op de woningmarkt de rente over de lening die is
aangegaan om de kosten die verband houden met de hypotheek aftrekken. Met andere woorden, de rente
over de lening die is aangegaan om afsluitprovisie, taxatiekosten en de notariële kosten van de
hypotheekakte te financieren, mag een starter ten laste van zijn inkomen brengen. Die aftrekmogelijkheid
geldt niet voor de doorstromers. Dit gaat echter veranderen want ook doorstromers mogen in 2010 de
rente op gefinancierde eenmalige kosten in aftrek brengen op hun inkomen.
Tbs-pand in 2010 overdragen naar bv?
Het privépand dat iemand die een aanmerkelijk belang heeft in een bv, aan die bv verhuurt, valt niet in
box 3 maar in box 1. In 2010 wordt deze zogenoemde terbeschikkingstellingsregeling (tbs) op een aantal
punten verzacht. Zo kan in 2010 eenmalig en onder voorwaarden een ter beschikking gesteld pand fiscaal
geruisloos in de bv worden ingebracht. De inkomstenbelasting over de gerealiseerde boekwinst en de
overdrachtsbelasting wordt eenmalig vrijgesteld als een tbs-pand in 2010 aan de bv wordt overgedragen.
Op gezamenlijk verzoek van de bv en de overdrager van het tbs-pand kan het pand tegen uitreiking van
aandelen in de bv worden ingebracht, waarbij de inbrenger in beginsel (in)direct minimaal 90% van de
aandelen in bezit moet hebben.
Overige regelingen voor terbeschikkingstellers
Als een directeurgrootaandeelhouder een privépand aan zijn eigen bv verhuurt en vervolgens alle
aandelen in die bv verkoopt, moet hij afrekenen in de inkomstenbelasting over de stille reserves van het
pand. De terbeschikkingstelling eindigt immers (onder meer) op het moment dat de aandelen worden
vervreemd. Het nadeel hiervan is dat de directeurgrootaandeelhouder het pand niet verkocht heeft en dus
de stille reserves waarvoor hij wordt belast, niet in handen heeft gekregen. In zo’n situatie kan uitstel van
betaling voor de verschuldigde inkomstenbelasting worden gekregen voor maximaal tien jaren. Als eis
wordt gesteld dat er onvoldoende liquide middelen zijn om de inkomstenbelasting te betalen. Deze toets
wordt de vermogenstoets genoemd. Deze vermogenstoets vervalt met ingang van 1 januari 2010.
Daarnaast kan vanaf 2010 ook uitstel van betaling worden gekregen als een ter beschikking gesteld pand
wordt verkocht aan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die de overdrachtsprijs schuldig is
gebleven of die het pand geschonken heeft gekregen. Tot slot wordt in 2010 een
terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% ingevoerd die vergelijkbaar is met de mkb-winstvrijstelling.
Daarnaast wordt het vanaf 2010 mogelijk een kostenegalisatiereserve en een herinvesteringsreserve te
vormen als een vermogensbestanddeel aan de eigen bv ter beschikking wordt gesteld.
Faciliteit bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen
Vanaf 2010 geldt een doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting voor schenking van
aanmerkelijkbelangaandelen in een vennootschap die een materiële onderneming drijft. Dit betekent dat
de schenking van aanmerkelijkbelangaandelen tijdens leven niet als een vervreemding wordt aangemerkt,
voor zover de bv een materiële onderneming drijft. Voorwaarde is dat de verkrijger gedurende 36
maanden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de vervreemding in dienstbetrekking moet zijn bij
de bv waarin hij een aanmerkelijk belang krijgt. Het doorschuiven van een aanmerkelijkebelang-claim
geldt vanaf 2010 niet bij schenking/vererving van aanmerkelijkbelangaandelen in een beleggings-bv. de
zaak
(Be)lonen
De volgende kosten zijn onder meer onbelast te vergoeden:
De werkgever mag de werknemer de volgende posten onbelast vergoeden:
• Een OV-kaart die mede wordt gebruikt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer.
• Auto van de zaak.
• Vaste kostenvergoedingen (denk aan stopzetten of aanpassen bij ziekte). Let op: voor een onbelaste
vaste kostenvergoeding is een voorafgaande specificatie en onderbouwing vereist.
• Verhuiskosten die worden gemaakt in het kader van de dienstbetrekking, met een maximum van
€ 7.750.
• Reiskosten van de privé auto/motor/(brom)fiets die zakelijk wordt gebruikt. Zowel de zakelijke
kilometers als de privé kilometers mogen tegen € 0,19 per kilometer worden vergoed.
• Tot een bedrag van € 70 kan aan de werknemer (een) geschenk(en) worden gegeven.
De werkgever moet een eindheffing van 20% toepassen.
• Kosten van vakliteratuur.
• Kosten van bedrijfsfitness.
• Consumpties onder werktijd of een vergoeding van € 2,75 per week.
• Producten uit eigen bedrijf met een maximum voordeel van € 500.
• Onder voorwaarden kunnen de inrichtingskosten van een telewerkruimte in de woning van de
werknemer worden vergoed.
• Studiekosten voor zover die kosten worden gemaakt ten behoeve van de dienstbetrekking.
• Vergoedingen en verstrekkingen voor (tweede) telefoons, ADSL en ISDN zijn vrijgesteld als het
feitelijk gebruik voor meer dan 10% plaatsvindt ten behoeve van de behoorlijke vervulling van de
dienstbetrekking. Deze regeling geldt niet voor computers. Een zogenoemde smartphone of
blackberry valt ook onder de voordelige regeling voor telefoons. Digitale agenda’s en kleine notebooks
vallen onder de regeling voor computers die minder gunstig is.
• Een personeelsfeestje of personeelsreis. Dit geldt niet als de directeur-grootaandeelhouder en zijn
partner de enige werknemers zijn.
• Bijdrage aan de kas van de personeelsvereniging.
Hierna worden enkele regelingen wat uitgebreider toegelicht.
Auto van de zaak
Als een werknemer met een door de werkgever ter beschikking gestelde auto minder dan 500 kilometer
op kalenderjaarbasis privé rijdt, is de bijtelling 0%. In dat geval kan bij de Belastingdienst een ‘verklaring
geen privégebruik’ aangevraagd worden.
Als een werknemer een duurdere auto wil rijden dan verlangt een werkgever nog wel eens dat de
werknemer een eigen bijdrage betaalt. Deze bijdrage kan in mindering worden gebracht op de bijtelling
privégebruik auto, maar dan moet de werkgever wel schriftelijk verklaren dat de duurdere auto zakelijk
gezien niet nodig is. Leg dit goed vast in uw administratie.
Als u voor de keuze staat van een nieuwe (lease-)auto dan kunt u de bijtelling verminderen door
milieuvriendelijke, zuinige auto’s te gaan rijden, waarvoor een verlaagd bijtellingspercentage geldt van
14%. Daarnaast geldt een bijtelling van 20% voor een tussencategorie auto’s. Voor de overige (niet
zuinige) auto’s geldt een tarief van ten minste 25%. De bijtelling voor het privégebruik van
nulemissieauto’s (waaronder elektrische auto’s) bedraagt 0% in 2010 en 2011, 2012, 2013 en 2014. Een
nulemissieauto is een auto die een rechtstreekse CO2-uitstoot heeft van nihil.
Spaarloonregeling
Bij de spaarloonregeling kan de werknemer een deel van het brutoloon (maximaal € 613) zonder
inhouding van sociale premies en loonheffing op een geblokkeerde spaarrekening laten storten. Als
werkgever bent u over het spaarloon 25% eindheffing verschuldigd. In beginsel moet driekwart van het
personeel aan de regeling deel mógen nemen; hoeveel medewerkers feitelijk deelnemen is niet van
belang. Het gestorte spaarloon blijft 4 jaar geblokkeerd, maar mag voor specifieke doeleinden (zoals de
aankoop van een woning of als premie van een hypothecaire spaarverzekering) eerder of direct worden
gebruikt. Als een werknemer meerdere werkgevers heeft, mag hij maar bij één werkgever meedoen aan
de spaarloonregeling. Als de werknemer op dit moment nog niet meedoet aan de spaarloonregeling, maar
dit wel wil en sedert 1.1.09 in loondienst is, is het mogelijk het gehele maximale spaarbedrag te verwerken
in het brutoloon van de maand december.
Levensloopregeling
Een werknemer mag maximaal 12% van zijn loon zonder inhouding van loonheffing op een geblokkeerde
spaarrekening of levensloopverzekering laten storten. Als de werknemer later in samenspraak met de
werkgever onbetaald verlof wenst op te nemen, keert de werkgever onder inhouding van loonheffing
opnames uit het opgebouwde tegoed of via de verzekering aan hem uit. De werknemer heeft een wettelijk
recht om deel te nemen aan de levensloopregeling en hij mag zelf bepalen bij welke bank of verzekeraar
hij deelneemt. De levensloopregeling kan niet worden toegepast als ook al gebruik wordt gemaakt van de
spaarloonregeling. De keuze voor één van de regelingen kan jaarlijks worden gemaakt.
Maaltijden
Alle maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter kunnen onbelast worden vergoed of
verstrekt. Hierbij valt te denken aan overwerkmaaltijden, maaltijden op koopavond, maaltijden tijdens
dienstreizen van mobiele en ambulante werknemers.
Renteloze lening aan werknemer
Een werkgever kan aan een werknemer, onder bepaalde voorwaarden, een renteloze lening verstrekken.
Als de personeelslening wordt gebruikt voor de aanschaf/verbetering/onderhoud van een eigen woning (in
box 1) of wordt gebruikt voor zaken die geheel of nagenoeg geheel belastingvrij vergoed hadden kunnen
worden (bijvoorbeeld een telewerkinrichting), dan leidt de renteloze lening niet tot een bijtelling op het
loon. De werknemer moet een schriftelijke verklaring afgeven waarin staat dat de werknemer de lening
gebruikt heeft voor de koop van een eigenwoning die ook zijn hoofdverblijf is. De werkgever moet deze
verklaring bij zijn loonadministratie bewaren.
Het is ook mogelijk een laagrentende of renteloze lening aan de werknemer te verstrekken voor andere
zaken. In dat geval wordt het verschil tussen de normrente van 4,9% en het werkelijke rentepercentage
tot het loon gerekend. Ondanks deze bijtelling kan het aantrekkelijk zijn om te lenen van de werkgever.
Het is toegestaan het rentevoordeel in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar tot het loon te rekenen,
tenzij de dienstbetrekking eerder eindigt.
Pensioenen
Pensioen in eigen beheer is toegestaan, mits de directeur-grootaandeelhouder een belang van 10% of
meer heeft in zijn werkgever/bv.
Gebruikelijkloonregeling tijdelijk versoepeld
De aanmerkelijkbelanghouder in een bv (degene die 5% of meer van het geplaatste aandelenkapitaal
bezit) die werkzaamheden voor die bv verricht, is in beginsel verplicht een loon uit die bv te genieten van
tenminste € 40.000. Dit wordt het gebruikelijkloon genoemd. De crisis leidt voor veel bedrijven tot een
forse verlaging van het bedrijfsresultaat. Het is daarom toegestaan om het gebruikelijkloon over 2009 en
2010 evenredig te verlagen bij een omzetdaling ten opzichte van 2008.
Aan de goedkeuring worden de volgende voorwaarden verbonden:
• Uw rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk
loon.
• Als u feitelijk meer loon heeft genoten dan uit de berekeningen volgt, geldt dat hogere loon.
• De omzetten in de jaren 2008, 2009 of 2010 mogen niet beïnvloed zijn door bijzondere oorzaken, zoals
oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.
Geen gebruikelijkloon voor beleggings-bv’s
Als het gebruikelijkloon lager is dan € 5.000 per kalenderjaar, dan hoeft met ingang van 1 januari 2010 de
gebruikelijkloonregeling niet meer toegepast te worden. In dat geval moet uiteraard nog wel loonbelasting
op het uitgekeerde loon worden ingehouden. Deze maatregel is interessant als vrij weinig werk wordt
verricht voor een bv waarin iemand een aanmerkelijk belang heeft. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht
worden aan de directeurgrootaandeelhouder van een beleggings-bv.
Banksparen
Het is mogelijk om fiscaal vriendelijk te sparen voor uw eigen woning of te sparen voor een lijfrente. Door
middel van een geblokkeerde rekening kunt u in geld of beleggingen sparen voor de aflossing van uw
woning of voor uw oude dag. Het voordeel van deze regeling is dat de kosten van zo’n bankproduct veel
lager zijn dan van de traditionele verzekeringen bij verzekeringsmaatschappijen. Hierdoor kan van uw
inleg meer geld overblijven voor het oorspronkelijke doel van het sparen.
Kleine banen
Kleine banen van werknemers die jonger zijn dan 23 jaar en waarvan het loon lager is dan een voor die
leeftijd bepaalde loongrens, worden in 2010 vrijgesteld van premieheffing werknemersverzekeringen en
van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
Erven en schenken
Voordelen van schenken
Erfgenamen kunnen een forse besparing van successie- en/of schenkingsrechten behalen als de erflater
tijdens zijn leven vermogen overhevelt naar hen. Schenkingen verlagen het vermogen van de schenker,
waardoor bij overlijden minder successierecht verschuldigd zal zijn. Door de progressie in het tarief en de
mogelijkheid om de vrijstellingen van het schenkingsrecht te benutten, is het daarnaast vaak voordeliger
om geleidelijk door middel van jaarlijkse schenkingen uw vermogen te verminderen. Met ingang van 2010
wordt een herziening van de Successiewet ingevoerd. De successie- en schenkingsrechten worden met
ingang van 2010 erf- en schenkbelasting genoemd.
Vrijstellingen
Ouders kunnen jaarlijks aan ieder van hun kinderen een schenking doen, zonder dat het kind daarover
schenkingsrecht verschuldigd is. Voor 2009 kunt u belastingvrij maximaal € 4.556 per kind schenken.
Voor kinderen van 18 tot en met 34 jaar mag eenmalig € 22.760 belastingvrij worden geschonken. Van de
eenmalig verhoogde vrijstelling kan ook gebruik worden gemaakt als uw eigen kind buiten de
leeftijdscategorie valt, maar uw schoonkind (echtgenoot of geregistreerde partner) nog niet. Als meer
geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag dan is over het meerdere schenkingsrecht verschuldigd.
Dit kan bij verkrijging door kinderen oplopen van 5% tot 27%. Aan overige personen (zoals bijvoorbeeld
kleinkinderen) kan jaarlijks onbelast maximaal € 2.734 belastingvrij worden geschonken. Met ingang van
2010 worden de tarieven grondig aangepast. Niet in alle gevallen zal de wetswijziging tot een
belastingverlaging leiden. Het is aan te raden een eerder opgezet schenkingsplan nog voor het einde van
het jaar opnieuw te (laten) beoordelen.
Eenmalige schenkingsvrijstelling bij aankoop van eigen woning of studie
Met ingang van 2010 geldt er een eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van € 50.000 van
ouders aan een kind, als het kind de schenking gebruikt voor de aankoop van een eigen woning of voor
een studie. Als het kind vóór 1 januari 2010 al een beroep heeft gedaan op de verhoogde eenmalige
schenking van € 22.760, geldt als tijdelijke regeling een eenmalige vrijstelling van € 26.000, als de
schenking gebruikt wordt voor de aankoop van een eigen woning. Deze aanvullende regeling vervalt per 1
januari 2027.
Aangifte schenkingsrecht
Als u in 2009 een schenking doet boven de algemene vrijstellingen van € 4.556 of € 2.734, dan moet vóór
1 maart 2010 aangifte schenkingsrecht worden gedaan. Het schenken binnen de eenmalig verhoogde
vrijstelling van € 22.760 moet ook in een aangifte schenkingsrecht worden aangeven, onder vermelding
dat van deze vrijstelling gebruik wordt gemaakt.
Schenkingsobjecten
Aanpassen van direct opeisbare renteloze leningen
Met ingang van 2010 wordt het aangaan van een direct opeisbare renteloze lening als een schenking
gezien. Jaarlijks wordt 6% van renteloze leningen fictief als schenking in aanmerking genomen. De
renteloze lening wordt niet verboden, maar wordt hierdoor wel minder aantrekkelijk. Als de fictieve
schenking binnen de vrijstelling valt hoeven geen stappen ondernomen te worden. Als dit niet het geval is,
zullen de in het verleden gesloten overeenkomsten aangepast moeten worden, om te voorkomen dat de
lening eventueel wordt belast met schenkingsrecht.
Geld lenen aan kinderen
Het kan aantrekkelijk zijn om uw kinderen geld te lenen voor het kopen van een eigen woning of voor het
starten van een onderneming. Bij u valt de vordering in box 3, waarover u 1,2% (4% rendement x 30%
belasting) belasting betaalt. Voor uw kind valt de lening in box 1 als een eigenwoningschuld of als een
zakelijke ondernemingsschuld. Hoe hoger de rente, hoe aantrekkelijker dit is. U wordt over de vordering
voor een fictief percentage van 4% belast tegen 30%. Als het rentepercentage dat u afspreekt met uw
kind hoger is dan 4% wordt u voor dat meerdere niet belast. Uw kind heeft een hoge aftrek in box 1. U
kunt vervolgens de hogere rente verminderen door een schenking aan uw kind te doen. Let u er wel op
dat het hogere rentepercentage, gelet op de marktrente nog wel acceptabel is.
Goed doel
Schenk aan een goed doel
Schenkingen aan bepaalde goede doelen zijn vrijgesteld van schenkingsrecht, hoe hoog het bedrag ook
is. Indien u jaarlijks schenkt aan een goed doel, kunt u overwegen deze schenking in de vorm van een
periodieke gift te doen. Als u in een notariële akte laat vastleggen dat u gedurende een termijn van ten
minste vijf jaar, maar uiterlijk tot uw overlijden, jaarlijks een vast bedrag schenkt, vervalt voor deze
schenking de drempel voor de persoonsgebonden aftrek in de inkomstenbelasting. In dat geval geldt voor
de aftrek ook geen maximum meer. Ook sportclubs die zijn aangesloten bij een landelijke sportorganisatie
hebben recht op de vrijstelling van schenkingsrecht respectievelijk successierecht.
Schenk ondernemingsvermogen of aanmerkelijkbelangaandelen
Het kan fiscaal voordelig zijn om ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijk belangaandelen in
de vorm van een eigen zaak of bv te schenken aan uw kind(eren). De waardestijging van de onderneming
of de bv komt daardoor (deels) toe aan de kinderen. Ook zal bij overlijden het vermogen van de
overledene lager zijn, waardoor minder successierecht verschuldigd zal zijn. Onder voorwaarden geldt
een vrijstelling voor het schenkingsrecht. Deze vrijstelling bedraagt nu 75% maar wordt met ingang van
2010 verhoogd naar 100% voor een waarde van de onderneming tot maximaal € 1 mln. Als de waarde
van de onderneming hoger is dan € 1 mln, geldt een vrijstelling van 83%. Als u op het punt staat van de
faciliteit gebruik te maken, kunt u dus beter even wachten tot 2010.
Aanpassing betalingsfaciliteit overdracht aanmerkelijkbelangaandelen
De faciliteit van uitstel van betaling bij de overdracht van aanmerkelijkbelangaandelen tegen schuldig
blijven van de koopsom is vanaf 2010 niet meer beperkt tot de familiekring zodat de faciliteit ook mogelijk
is bij bedrijfsopvolging buiten de familiesfeer, door bijvoorbeeld overdracht van de
aanmerkelijkbelangaandelen aan een werknemer. De uitstelfaciliteit wordt beperkt tot situaties van
overdracht van aanmerkelijkbelangaandelen tegen schuldigerkenning omdat voor het schenken van
aanmerkelijkbelangaandelen een doorschuifregeling in de inkomstenbelasting wordt geïntroduceerd (zie
hiervoor het onderdeel inkomstenbelasting).
Vennootschapsbelasting
Versnelde afschrijvingen in 2009 en 2010
Per 1 januari 2009 is een tijdelijke crisismaatregel ingevoerd voor investeringen die zijn gedaan in 2009
en 2010. Deze investeringen kunnen in twee jaar worden afgeschreven, te weten 50% in 2009 en 50% in
2010. De investeringen in 2010 kunnen voor 50% worden afgeschreven in 2010 en 50% in 2011.
Voorkom verliesverdamping
Een verlies over 2009 is te verrekenen met de winst over 2008 en de winsten die worden behaald in de
jaren 2010 tot en met 2018. Als het verlies gedurende die tijd niet is verrekend, dan gaat het verlies
definitief verloren. Voor verliesjaren 2009 en 2010 worden de mogelijkheden om verliezen te verrekenen
tijdelijk verruimd. Zo kan een verlies over 2009 niet alleen verrekend worden met winsten over 2008, maar
ook met winsten over 2007 en 2006. Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt de
voorwaartse verliesverrekening wel met drie jaar beperkt. Een verlies over 2009 kan dan voorwaarts nog
slechts verrekend worden met winsten over 2010 tot en met 2015. De keuze of van de verruimde
verliesverrekeningsmogelijkheid gebruik wordt gemaakt of voor de normale verliesverrekening, kan in de
aangifte worden gemaakt. Als van de verruimde mogelijkheid gebruik wordt gemaakt kan met de jaren
2006 en 2007 niet meer dan € 10 mln van het verlies over 2009 worden verrekend. Probeer hiermee
rekening te houden door kosten en omzet zo goed mogelijk te plannen. Ook het vormen van of het
vrijvallen van voorzieningen bieden hierin een “sturingsmogelijkheid”.
Versoepeling bij terugwenteling van verlies over 2008
Als de bv een verlies heeft geleden in 2008, is het op grond van een crisismaatregel mogelijk dat een
voorlopige verrekening van het verlies plaatsvindt. In andere jaren was een voorlopige verliesverrekening
pas mogelijk als de aangifte vennootschapsbelasting over het verliesjaar was ingediend èn de aanslag
over het jaar waarmee het verlies zou worden verrekend onherroepelijk vaststond. Daarnaast kan een
verlies over 2008 ook worden teruggewenteld naar een jaar waarover de Belastingdienst de aanslag nog
niet definitief heeft vastgesteld, maar alleen nog maar een voorlopige aanslag heeft opgelegd. De
versoepeling vervalt met ingang van 1 juli 2010. Zorg er voor dat u op tijd van de regeling gebruik maakt
om uw liquiditeitspositie te verbeteren.
Overweeg een IB-onderneming
Mede door de mkb-winstvrijstelling die in 2010 verhoogd wordt tot 12% (2011: 14%), kan het
aantrekkelijker zijn om een IB-onderneming te drijven dan een bv. Er bestaat een fiscale faciliteit om uw
bv om te zetten in een IB-onderneming zonder dat u daarover fiscaal hoeft af te rekenen. Als een zeer
groot deel van het bedrijfsresultaat van de bv wordt besteed aan uw salaris dan kan het, mede gezien de
verhoging van de mkb-vrijstelling zinvol zijn om uw activiteiten in een IB-onderneming voort te zetten.
Vraag tijdig fiscale eenheid aan of verbreek deze tijdig
Het tijdig aanvragen of verbreken van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting voorkomt dat er meer
vennootschapsbelasting moet worden betaald dan nodig is. Het is aantrekkelijk een fiscale eenheid aan te
vragen als de ene bv verlies lijdt en de andere bv winst, zodat de winst en het verlies direct met elkaar
gecompenseerd kunnen worden. Als alle vennootschappen die tot een fiscale eenheid behoren,
winstgevend zijn, kan het juist verstandiger zijn om de fiscale eenheid te verbreken. In dat geval heeft
namelijk elke bv recht op de lagere vennootschapsbelastingtarieven van de eerste schijf en/of tweede
schijf. Voor 2009 én 2010 geldt het 20%-tarief voor de belastbare winst tot € 200.000. Daarboven 25,5%.
Vanaf 1.1.2011 geldt weer een tussenschijf van 23% over winsten vanaf € 40.000 tot € 200.000.
Bovendien geldt niet de in de invorderingswet opgenomen hoofdelijke aansprakelijkheid voor
vennootschappen die onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid. Als de beëindiging van de fiscale
eenheid per 1 januari 2010 gewenst is dan moet u dit uiterlijk op 31 december 2009 aan de
Belastingdienst melden. Als u een fiscale eenheid wilt aanvragen die op 1 januari 2010 moet ingaan, dan
moet u uiterlijk op 1 april 2010 het verzoek daartoe hebben ingediend.
Wijziging
Versoepeling van de deelnemingsvrijstelling
De per 1 januari 2007 ingevoerde regeling voor de laagbelaste beleggingsdeelneming wordt aangepast in
die zin dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op deelnemingen die als belegging worden
gehouden. Van een laagbelaste deelneming is sprake als de dochter in het land van vestiging is
onderworpen aan een belasting van effectief minder dan 10% en de bezittingen van de dochter voor meer
dan 50% bestaan uit vrije beleggingen. De criteria zijn zo ingewikkeld dat deze regeling per 2010 weer
komt te vervallen. Het regime van vóór 1 januari 2007 gaat met ingang van 2010 weer gelden. Vanaf dat
moment is de zogenaamde “oogmerktoets” weer van belang. Dat houdt in dat het weer van belang wordt
te bepalen wat het oogmerk is waarmee een deelneming wordt gehouden (het drijven van een
onderneming óf normaal vermogensbeheer).
Kostenegalisatiereserve voor onderhoudskosten
De mogelijkheid om op onroerende zaken af te schrijven is sinds 2007 behoorlijk beperkt maar de
mogelijkheid om onderhoudskosten van die onroerende zaken af te trekken is niet beperkt. De kosten van
verbetering (waarover u moet afschrijven) worden dus fiscaal minder vriendelijk behandeld dan
onderhoudskosten van een pand. Onderhoudskosten zijn aftrekbaar in het jaar waarin de uitgaven zijn
gedaan maar dit kan naar voren worden gehaald. U kunt overwegen een kostenegalisatiereserve (KER)
te vormen voor regelmatig terugkomende onderhoudskosten (bijv. schilderwerk). Er is een aantal
voorwaarden om zo’n KER te mogen vormen. Zo moet de bedrijfsuitoefening van dit jaar kosten hebben
veroorzaakt, terwijl de uitgaven zich pas in een later jaar zullen voordoen. Bovendien moet het om een
aanmerkelijk bedrag aan kosten gaan. De KER moet bovendien (schriftelijk) onderbouwd zijn. In het geval
een KER wordt gevormd voor de kosten van uw bedrijfspand, kan een aannemer bijvoorbeeld een rapport
opstellen waaruit blijkt hoe hoog de toekomstige kosten zullen zijn. Bij de bepaling van de hoogte van het
afschrijvingspercentage zal rekening gehouden moeten worden indien voor dergelijke onderhoudskosten
een KER wordt gevormd.
Octrooibox wordt innovatiebox
De octrooibox wordt in 2010 omgevormd tot een innovatiebox. De grondslag in de innovatiebox wordt met
ingang van 2010 aanzienlijk verruimd. Alle winsten die behaald worden met innovatieve activiteiten zullen
onder het lage tarief van 5% (2009: 10%) vallen. Hierdoor is de innovatiebox ook aantrekkelijk voor
software en bedrijfsgeheimen. De verliezen op innovatieve activiteiten worden echter aftrekbaar tegen het
normale vennootschapsbelastingtarief van 25,5% in plaats van het verlaagde tarief. Om in aanmerking te
komen voor de regeling moet voor een innovatie een octrooi zijn verleend of een Speur- en
Ontwikkelingswerkverklaring (S&O-verklaring) zijn verkregen. De innovatiebox geldt met ingang van 2010
voor alle winsten. Het maximumbedrag (de zgn. ‘octrooibox’) van € 400.000 in 2009, komt met ingang van
2010 te vervallen.
Btw
Corrigeer tijdig btw-aangiften over 2009
Als blijkt dat u over 2009 te weinig btw heeft aangegeven kunt u dat het beste corrigeren en meteen
betalen, vóór 1 april 2010. Doet u het na die datum dan bent u namelijk heffingsrente verschuldigd. Als de
correctie groot is krijgt u bovendien een boete opgelegd. U mag een correctie btw nooit aangeven in de
laatste aangifte van het jaar. De zogenoemde suppletie omzetbelasting moet u in een aparte brief
aangeven bij de Belastingdienst.
Pdf-facturen mogelijk
Sinds 12 februari 2009 mogen facturen vormvrij per e-mail naar afnemers worden verzonden. De zware
eisen die eerder aan elektronisch factureren werden gesteld zijn per die datum vervallen, waardoor het
mogelijk is om uw facturen als een pdf-document te verzenden. Dit bespaart u portikosten en uw facturen
komen bovendien sneller bij uw klant aan.
Voor correctie privégebruik auto aansluiten bij loonbelasting
Als u een auto van de zaak rijdt, is de btw op autokosten gedurende 2009 in aftrek gebracht. In de laatste
btw-aangifte van het boekjaar 2009 moet een correctie wegens het privégebruik opgenomen worden.
Voor het bepalen van de correctie voor het privégebruik auto van de werknemer is goedgekeurd dat wordt
aangesloten bij de bijtelling van het privégebruik van de auto voor de inkomstenbelasting (ondernemers)
en loonbelasting (werknemers). Deze correctie bedraagt in principe 12% over 25% van de waarde van de
auto. Voor bepaalde milieuvriendelijke en zuinige auto’s bedraagt het bijtellingspercentage van 14% sinds
2008. Vanaf 1 januari 2009 geldt er voor een tussencategorie van bepaalde milieuvriendelijke en zuinige
auto’s een percentage van 20%. Als de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor
privédoeleinden wordt gebruikt, is geen btw verschuldigd over het privégebruik.
Voor een bestelauto geldt dat geen correctie van de btw-aftrek voor het privégebruik plaatsvindt als de
bestelauto naar aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen en
buiten werktijd niet gebruikt kan worden. Als de bestelauto doorlopend afwisselend wordt gebruikt door
twee of meer werknemers wordt uit praktische overwegingen per werknemer per bestelauto per jaar € 300
loonbelasting geheven. Voor de btw wordt bij die regeling aangesloten en wordt per werknemer per jaar
per bestelauto 12% van € 300 gecorrigeerd.
Meld verbreking fiscale eenheid snel
Als een fiscale eenheid voor de btw is verbroken dan moet dit zo snel mogelijk schriftelijk aan de
Belastingdienst worden gemeld. De hoofdelijke aansprakelijkheid loopt anders ten onrechte door en dat
kan grote gevolgen hebben.
Wijzigingen bij buitenlandse diensten
Met ingang van 2010 geldt een nieuwe btw-regel voor diensten die worden verricht aan ondernemers. De
hoofdregel wordt dan dat diensten voor de btw worden verricht daar waar de afnemer woont of is
gevestigd. De ondernemer die een dienst afneemt in een ander land moet de btw over die dienst vanaf
2010 in zijn eigen land aangeven. Tot en met 2009 gold deze regel alleen voor goederen maar vanaf
2010 dus ook voor diensten. Hierdoor wordt de ICL-listing (opgaaf Intracommunautaire levering)
vervangen door ICP-listing (opgaaf Intracommunautaire prestatie), die zowel voor goederen als voor
diensten geldt. Uw administratie moet met ingang van 2010 deze nieuwe wetgeving kunnen verwerken.
Met ingang van 2010 wordt het voor de EU-ondernemer ook eenvoudiger om buitenlandse EU-btw terug
te vragen. Vanaf 1 januari 2010 kunnen Nederlandse ondernemers de EU-btw namelijk elektronisch
terugvragen via de Nederlandse Belastingdienst.
Kleine-ondernemersregeling
De omzetbelasting kent een speciale regeling voor ondernemers/natuurlijke personen die op jaarbasis
maximaal € 1.883 aan btw verschuldigd zijn. Dit bedrag is na aftrek van de voorbelasting. Als u in
aanmerking komt voor deze regeling hoeft u een deel van of de gehele btw niet te voldoen. Als u op
jaarbasis niet meer dan € 1.345 aan btw bent verschuldigd geldt een volledige vermindering. U moet er
wel rekening mee houden dat het bedrag van de vermindering tot het winstinkomen in box 1 hoort, dus
helemaal belastingvrij is de regeling niet. Als de verschuldigde btw op jaarbasis minder bedraagt dan
€ 1.345 kunt u de Belastingdienst zelfs verzoeken om een ontheffing van de factureer- en
aangifteverplichting. De Belastingdienst zal bij tegemoetkoming aan dit verzoek wel voorwaarden stellen.
Verlaging btw-tarief voor schoonmaakwerkzaamheden binnenhuis
Het btw-tarief voor schoonmaakwerkzaamheden binnenshuis wordt met ingang van 1 januari 2010
verlaagd van 19% naar 6%. Schoonmaakwerkzaamheden buitenshuis blijven belast tegen 19%.
Overdrachtsbelasting
Vrijstelling rijksmonumenten
In 2009 werd een vrijstelling van overdrachtsbelasting ingevoerd bij de verkrijging van een rijksmonument
door een particulier of een niet-aangewezen rechtspersoon. Deze vrijstelling vervalt op 1 januari 2010 al
weer. De vrijstelling wordt vervangen door een subsidieregeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen.
Formeel
Navorderingsmogelijkheden in 2010 uitgebreid
Navordering wordt voortaan ook mogelijk als een belastingaanslag, als gevolg van een fout, voor de
belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar onjuist is vastgesteld of achterwege is gebleven. Hiervan is in elk
geval sprake indien de te weinig geheven belasting ten minste 30% van de materieel verschuldigde
belasting bedraagt. De belastingplichtige moet als het ware in één oogopslag (hebben) kunnen zien dat
de belastingaanslag of een beschikking om geen aanslag op te leggen, niet juist is. In zo’n geval kan een
belastingplichtige aan de onjuiste belastingaanslag of beschikking om geen aanslag op te leggen geen
rechtszekerheid ontlenen. De wijziging van de navorderingsregeling geldt ten aanzien van belastingaanslagen of beschikkingen die zijn vastgesteld of genomen op of na 1 januari 2010.
© Fiscaal up to Date